Nieuws

Madita I duurste in derde DBFS-veiling

04 11 2008


De derde DBFS Sale, de veiling van de Dutch Breeders Foundation of Show Jumpers, vond dit jaar plaats in de accommodatie van Manege de Vossenbos te Wierden. Voor redelijk gevulde tribunes kwamen 36 fok- en sportmerries, een drietal drachtigheden en een embryo onder de hamer.

Het doel van de DBFS, zo meldt de springpaarden-fokkersclub in het voorwoord van de veilingcatalogus, is het vergaren en opzuigen van wetenschap over alles wat de leden dichter bij het fokdoel kan brengen: het fokken van topspringpaarden. De veiling wil de koper dan ook de mogelijkheid bieden om topfokmateriaal te verwerven uit ijzersterke, genetisch hoogwaardige en doorgefokte merrielijnen.

In de veiling verschenen 36 fok- en sportmerries in leeftijd variërend van drie tot 16 jaar. Daarnaast werden drie drachtigheden van de hengsten Carolus II, Kannan en Toulon aangeboden, alsmede een embryo (en dus ook een draagmoeder) van Tlaloc la Silla (alias Dollar de la Pierre) en de merrie Praeludium (v.Pilot). Dit laatste embryo stond in de belangstelling en werd afgeslagen op 9.000 euro. De drachtigheden stonden een stuk minder in de belangstelling en werden verkocht voor respectievelijk 4.800, 3.400 en 5.000 euro.

De duurste fokmerrie met 14.500 euro werd de elfjarige Madita I (Contender x Landgraf I x Leonardo I x Ronald) uit de invloedrijke Holsteiner stam 18b1 van o.a. Farn en Roman. Madita is drachtig van de Holsteiner Acolord (Acorado I x Lord). Met 12.500 euro werd de achtjarige vosmerrie Tabitha (Calvados x Concorde x Pantheon xx) de op een na duurste van de veiling. De moeder van Tabitha is de volle zuster van het Grand Prix-springpaard Jikke waarmee Eric van der Vleuten furore maakte. Tabitha is drachtig van Mr. Blue.

Vier merries werden vervolgens nog verkocht voor een bedrag boven de 10.000 euro, te weten Virginia (Quinar Z x Lansing), Costa van de Mespel ( Contender x Capitol I), Calidie Z (Calido I x Darco) en Areba Ledimar Z (Arco Polo x Mermus R).

Van de 41 paarden in de catalogus werd er één niet gegund en was er één afwezig. De overige 39 paarden en drachtigheden leverden een bedrag op van 258.600 euro, hetgeen een enigszins teleurstellend gemiddelde betekende van 6.631 euro per paard.

Terug